Er wordt een woord opgenoemd. De speler die aan de beurt is, gaat hinkelen. Tijdens het hinkelen bedenkt degene hoe het woord geschreven gaat worden. Bijvoorbeeld: paard. Heeft paard een d of t aan het einde? Ik hoor paarden, dus ik spring naar het vak met de d.
Tip 2, een wandeldictee
Er worden kaartjes gemaakt met woorden erop. Dit spel wordt met minimaal 2 kinderen gespeeld. De kinderen hebben een blaadje en een potlood/pen nodig. De kaartjes worden verspreid in de ruimte. Dit kan zowel binnen als buiten. Eén kind gaat op zoek naar een kaartje. De ander blijft op een vast punt staan met het blaadje.
Heeft het kind een kaartje gevonden? Dan onthoudt hij/zij het woord en loopt terug naar het vaste punt. Hij/zij vertelt het woord aan de ander. De ander schrijft het woord op. Is het woord goed geschreven? Dan mag degene die het woord heeft opgeschreven, gaan zoeken naar een nieuw kaartje. Dit woord onthoudt hij/zij en loopt weer terug naar het vaste punt. Hij/zij vertelt het woord aan de ander. Heeft de ander het woord goed opgeschreven? Dan mag hij/zij weer gaan zoeken naar een nieuw kaartje. Enzovoort.
Tip 3, het spellingswiel
Nee, het wiel hoeft niet opnieuw uitgevonden te worden hoor! Wij hebben een spellingswiel gemaakt dat te downloaden is op de website!
- Draai aan het wiel
- Lees de opdracht voor en voer deze uit
- Gelukt? Dan is de volgende speler aan de beurt!
Download het spellingswiel van Bijzonder Jij